Gisteren was het D-day. Of B-day *zucht*… Dé datum die bij Mister PiliPili al máánden met rood stond omcirkelt op de huishoudelijke kalender. De dag dat elk weldenkend R&B-liefhebber zijn shakende butt naar het Antwerpse Sportpaleis rept voor het concert van het jaar: Beyoncé.
Zijn wij R&B-liefhebbers? Neen. Hebben wij een shakende butt. Niet altijd.
En toch: jolijt alom bij MisterPiliPili. Hij had er zo naar uitgekeken. Naar wat – of beter welk deel van Beyoncé – heb ik bewust uit mijn geheugen verbannen.
Wij dus op naar het Sportpaleis. Samen met 14 879 gillende wijven tussen 12 en 20 jaar, die allemaal hopen ooit ergens de helft van zichzelf kwijt te spelen om op Beyoncé te kunnen lijken.
Ik beken: ik ben niet écht een fan. Maar de show zat wel goed: vuurwerk, bling-bling-outfits en heel veel ooooohhhhhhhwwww. En warempel, ergens in het midden kwam er een hele Destiny’s Child-medley die mij zowaar melancholisch deed terugdenken aan mij middelbareschooltijd. Mijn persoonlijk hoogtepunt.
Mister P. zat de hele tijd gelukzalig te glimlachen en schoudergewijs mee te wiegelen. Dus was ik uiteraard ook weer blij.
Wel een ernstig minpunt: het geluid. Wat een verschrikking. Is het het Sportpaleis? Ik denk het niet, want ik heb er nog nooit last van gehad tijdens een ander concert. Dus kunnen we het in de schoenen van de Beyoncé-technici schuiven? Als jullie een van de Jannen van het Sportpaleis kennen, mogen jullie het hen gerust eens vragen. Met mijn groeten.

